Blog

Mondkapjes, handschoentjes en gestaar

Zoals al bekend; we zijn in Japan! Na een vlucht die best oké was (het vliegtuig nog luxer dan de heenreis!) waarin ik zes van de tien uur geslapen heb en Sander zes van de tien uur film gekeken heeft, zijn we geland op Narita Airport. Het ging allemaal heel voorspoedig, de douane was geen probleem en ook de rugzakken verschenen vlot op de bagageband. Toen was het kaartjes kopen voor de bus naar het hotel en de metro. Uiteraard hadden we dit van te voren al uitgezocht maar het ging zo voorspoedig, daar kan Nederland nog wat van leren! En dat niet alleen; de beleefdheidsvormen en het respect wat hier geuit wordt zou ook niet misstaan bij ons. Zo waren we aan het wachten op de bus die langs een aantal grote hotels zou rijden in het centrum van Minato, één van de districten van Tokio. Er stonden drie jongens klaar voor de ontvangst, kaartjes en bagage hulp. Dat was al bijzonder efficiënt allemaal geregeld. En de eerste keer dat je ze een buiging ziet maken, deze keer als de bus arriveerde en vertrok, is mooi om te zien. Dat zijn wij totaal niet gewend. De buschauffeur stond ook duidelijk hoger in rang, en droeg net als de taxichauffeurs witte handschoentjes.
We waren nogal vermoeid van de vlucht en al die indrukken die je op doet hier. De busreis liet in anderhalf uur tijd een snelle impressie van de gigantische stad met de volgebouwde skyline zien. We konden ook op een ander vliegveld landen, maar volgens onze hulpbron thuis (Sanders collega die regelmatig in Japan komt) was dat voor niet-Japans sprekende personen vrij lastig omdat er zo weinig in het Engels aangegeven staat. Want dat valt hier echt mee! Ze rijden links (zijn we nu gewend!), houden gelukkig wel vast aan het metric system maar ook aan de Engelse taal. Maakt het voor ons een stuk makkelijker.
We werden recht voor het hotel afgezet en ook hier werden we zeer beleefd ontvangen door de Duty Manager; een oude grijze Japanse man. De tassen werden voor ons naar boven gebracht en de jongen was heel nieuwsgierig naar onze reis. Je wordt bijna onhandig van zoveel beleefdheidsvormen!
De kamer was redelijk tot klein. Wat vrij normaal is in dit land. Zoals ik helaas al juist had voorspeld thuis (en Sander was niet overtuigd) werkte onze wereldstekker hier niet. Gelukkig hadden ze bij de receptie een Europese stekker, helaas werkte deze ook niet. Toen we weer een andere kregen konden we gelukkig onze tablet weer opladen, de telefoons waren in het vliegtuig al opgeladen.
We besloten om de rest van de dag rustig aan te doen en eerst wat te eten te vinden. Ook zijn we een stukje gaan lopen naar de dichtstbijzijnde tempel, een rustpunt in zo’n drukke stad als deze. Toevallig voor ons kwam er net een groep Japanners die verschillende kostuums aan hadden, poseren voor de tempel. Zo waren ze gekleed als traditionele Samurai met zwaarden, als demons met hun enge maskers, en trommelaars met geweien op hun gesluierde hoofden. Een heel apart zicht! En ook dé cultuur waarbij sokken in sandalen algemeen geaccepteerd is 😉
En naar de Tokyo Tower, die vlakbij ons hotel staat. Het ontwerp is gebaseerd op die van de Eiffeltoren in Parijs en dat zie je goed. We zijn er niet op geweest i.v.m. de drukte, maar we hebben hem wel nog verlicht gezien ’s avonds!
Je kijkt je ogen uit op straat. Voor diegenen die ooit in Tokio zijn geweest zullen dit wel beamen. Je ziet de duurste en nieuwste auto’s, inwoners met mondkapjes voor en overal eten. Die mondkapjes is ook nog een ding hier. We namen aan dat het tegen de fijnstof van de smog was. Maar het blijkt dat het langzaam aan een fashion statement is gaan worden. Die smog valt namelijk nog relatief gezien wel mee hier (als je vergelijkt met Shanghai of Hong Kong). Het wordt namelijk onder andere gedragen tegen pollen (iets voor mij in Nederland!), om je gezicht warm te houden en blijkbaar om dat het hip is! Ik vond het al zo apart dat sommigen hun kapje opzij schoven en een sigaret opstaken. Hoe ironisch. Maar er zijn dus meerdere verklaringen voor.
Op onze tweede dag zijn we, na een welverdiende goede nachtrust, op pad gegaan met de metro. We hadden de kaartjes al gekocht en omdat er zoveel maatschappijen zijn in de metro: drie grote namen en ontelbaar veel kleine, werd het goed uitzoeken en plannen in deze wirwar van lijnen die zich de metro van Tokio noemt. Maar het is verrassend goed gegaan met de metro!
We zijn de hele dag de toerist uit wezen hangen. Zo zijn we naar Yoyogi Park gegaan, het grootste park van Tokio. Hier hebben we een tijdje doorgebracht net als al die andere honderden toeristen, waaronder ook heel veel Japanners zelf die op vakantie waren in eigen land. De Meiji Shrine was hier te vinden. Een grote tempel die kon bezoeken.
Vervolgens zijn we door gegaan naar Shibuya waar de welbekende Shibuya crossing te vinden was: een soort Times Square in Tokio (een van de zoveel) waarbij er op het kruispunt zoveel wegen bij elkaar komen dat als het stoplicht op groen springt het hele plein letterlijk zwart ziet van de mensen die allemaal tegelijk oversteken in alle richtingen. Vanuit een hoger gelegen pand hebben we dit indrukwekkende fenomeen kunnen bekijken. Ongelofelijk hoeveel mensen hier zijn!
Tot slot zijn we naar Shinjuku gegaan met de metro, een plek met ontzettend veel winkels. Hier zijn we ook weer naar een park gegaan, Shinjuku Gyoen, waar de beroemde kersenbloesem bomen staan. Nou waren wij eigenlijk net even twee weken te vroeg om alles in bloem te zien, maar we hebben er wel een aantal gezien die al in bloem stonden! Wat een mooi gezicht was dit. Kun je nagaan hoe het zou zijn als alles in bloei staat.
Uiteindelijk, nadat we aardig wat hadden bekeken zijn we terug naar het hotel gegaan. De volgende ochtend werden we om half 7 opgehaald met de bus. Ook hier weer uiterst beleefd iedereen.
Op het vliegveld hebben we nog wat gewinkeld. De Pokémon Store, waar we voornamelijk naar op zoek waren was helaas in een ander Terminal gebouw. Maar we hebben toch een aantal souvenirs mee kunnen nemen voor het thuisfront 😉
In het vliegtuig hebben we onze vakantie nog eens besproken en dan is het toch echt over met de reis.
We hebben een ontzettend mooie reis gemaakt met alle indrukken die we hebben opgedaan, de dingen die we gezien en geleerd hebben. We zullen dit niet snel vergeten!

Afscheid van Nieuw-Zeeland

Vandaag live vanuit Japan, maar daarover volgende keer meer. We hebben nu eindelijk pas weer fatsoenlijk internet dus nu ook eindelijk weer eens een tijd voor een blog van de afgelopen dagen! De allerlaatste blog (overmorgen denk ik?) gaat over onze belevenissen in Tokio zelf, omdat we daar mooi mee kunnen afsluiten en omdat we er nu pas net zijn. Onze vorige blog sloot ik af met de mededeling dat we naar Mount Cook gingen, dus daar gaan we nu vanuit verder!
Woensdag kwamen we dus na een vrij lange rit aan in Mount Cook. Zeker de laatste 100 kilometer waren zo verbluffend mooi dat we bijna niet konden geloven dat we net van het strand en de duinen uit de omgeving van Dunedin kwamen, en nu tegen een besneeuwde bergketen opkeken.
Voor deze bergketen, die ligt in het Nationaal Park Aoraki, ligt een gigantisch meer dat zó baby-blauw van kleur is dat het bijna onnatuurlijk is. Maar niets is minder waar; het is een en al natuur. Deze kleur ontstaat doordat het glacier flour, de zeer fijne deeltjes rots die uit de gletsjer afkomstig zijn, hier op de bodem liggen. Wat vervolgens overblijft is het heldere water. Deze kleur, in combinatie met de blauwe hemel, de witte wolken, de groene bomen, graslanden en de grijze bergen zorgen voor een uniek plaatje. Het is dan ook een must om even stil te staan voordat je het dorpje Mount Cook Village binnenrijdt. Deze kleine vesting is het toeristisch basiskamp aan de voet van de berg. Het is niet groot, er is eigenlijk maar één hotel met bijbehorende lodges en motelkamers. Dus verdwalen gaat niet. Het is er wel erg druk met bussen vol toeristen die gaan hiken, dat is een uitgelezen plek ervoor. Eigenlijk voor meer ook niet, behalve dan voor helikoptervluchten, want er is bijvoorbeeld niet eens bereik voor telefoons. Het ligt zo afgelegen dat je echt even tot rust kan komen. Nou waren wij er maar een dag dus echt tot rust komen zat er niet heel erg in. Maar toch hebben we ons vermaakt. Het is natuurlijk nazomer dus de sneeuw ligt alleen bovenop. De wandeling die wij vervolgens gemaakt hebben was vanuit een zomerperspectief iets minder dan vanuit de winter. Je kunt namelijk niet echt het effect van gletsjerwater zien in de zomer; je ziet het alleen van regenwater dat gevallen is. Desalniettemin kreeg je op de top een geweldig uitzicht over het gletsjermeer en de bergen erachter. De Tasmangletsjer, waar we dus op uitkeken, smelt heel langzaam waardoor deze zich als het ware terug trekt de berg in. Hierdoor liggen er dus ijsbergen in het meer; een uniek gezicht! Het besef dat dit onder andere komt door de klimaatverandering is wel een gegeven om bij stil te staan…
’s Avonds een niet-zo-geweldige maaltijd in elkaar gedraaid omdat het winkeltje werkelijk waar één schap was (zonder groente en fruit) met vooral veel kant-en-klare en houdbare dingen. Je kon ook uit eten óf 80 kilometer rijden voor het grotere dorpje. Maar dat mocht de pret niet drukken van deze locatie; de sterrenhemel ’s avonds was werkelijk waar ongelofelijk mooi!
Donderdag zijn we naar Christchurch gereden; ons allerlaatste hotel in Nieuw-Zeeland. En wat voor een; het was een soort hotel-kasteel (is dat een woord?) waarbij we een suite hadden gekregen, ook al hadden we een standaardkamer verwacht volgens de boekingsgegevens. Maar ons hoor je niet klagen, we hebben in alle luxe genoten van de laatste dagen in dit prachtig land. In de namiddag hebben we de stad nog een beetje bekeken. Het is een vreemd zicht, een stad zo in puin en zo aan met de wederopbouw bezig. Zo heb je een stuk of 40 winkels die zich nu gevestigd hebben in containers, een ludiek idee waarbij je merkt dat ze zich niet laten verslaan door de aardbevingen.
Op vrijdagavond zullen we vanaf Christchurch vliegen naar Auckland, om dan door te vliegen naar Japan. Deze vlucht is pas ’s avonds laat en dus hadden we nog een hele dag te besteden. We zijn toen naar Akaroa gereden, het schiereiland naast Christchurch. Hier hebben we nog een paar kilometer gelopen tot we op de punt van een klif stonden waar we ons nog heel even alleen op de wereld waanden. Nu konden we nog van dit uitzicht genieten!
Vervolgens zijn we richting het vliegveld gereden. Omdat we nog wat tijd hadden zijn we naar het International Antartic Centre gegaan, wat praktisch op het vliegveld ligt. Christchurch is de uitvalbasis voor expedities naar Antartica vanuit Nieuw-Zeeland. Zo kun je hier veel over leren, de Little Blue Penguins (toch nog!) bewonderen en in een Hagglund rijden (zo’n rupsvoertuig dat ze o.a. gebruiken tijdens deze expedities). We hebben ons hier wel een paar uurtjes vermaakt. Vooral omdat er bij de ingang een stel stond van de husky-opvang. Ze stonden daar met acht husky’s die je kon knuffelen, en ondertussen vertelde hij uitvoerig over deze prachtige honden. Helaas worden husky’s te vaak onderschat als huisdier en daarom houden ze dit soort ‘bijeenkomsten’ voor mensen om meer bewustzijn te creëren. Uiteindelijk gingen ze weer weg om sinds lange tijd weer een keer in de bossen te rennen en trainen als sledehonden. Dit was heel leuk en leerzaam om even mee te pakken.
We waren ook wel blij dat we toch nog pinguïns gezien hadden! Deze dieren zijn allemaal uit het wild gered vanwege visnetten, vislijnen, verlamde pootjes en ouderdom. Nu zitten ze allemaal samen als één familie; zo aandoenlijk deze kleine pinguïns!
Toen we uiteindelijk alles wel zo’n beetje gezien en gedaan hadden, zijn we naar de car rental drop off gegaan. Hier hebben we de auto zo goed als mogelijk schoongemaakt en ingeleverd bij de huurmaatschappij. Gelukkig was het allemaal in orde en hoefde we niets bij te betalen voor eventuele schade. Dat is toch altijd even afwachten…
Eenmaal op het vliegveld waren we veel te vroeg, dus onze tijd maar volgemaakt met kaarten, eten en puzzelen. Vervolgens hadden we nog een kleine vertraging maar het viel gelukkig alles mee.
Zo landden we anderhalf uur later weer in Auckland, waar we onze reis waren begonnen. Vanuit hier zaten we om half twee ’s nachts alweer in het vliegtuig naar Japan! Gelukkig is dit ook weer een nachtvlucht dus kunnen we dus gewoon slapen in het vliegtuig.
Maar daar over in ons volgende blog meer! Dat zal tevens ook de laatste zijn van onze wereldreis!
Alvast bedankt voor het lezen en de berichtjes :)

Dichterbij dan dit, gaat bijna niet

Momenteel zijn we in Dunedin, wat als je het ons zou vragen gewoon in Engeland zou kunnen liggen. Maar dat ligt het niet, het ligt aan de oostkust van dit land. En sterker nog, het ligt het meest in de buurt van de tijdgrens. Dichterbij dan dit (het precieze punt aan de andere kant van de wereld voor ons) kom je bijna niet!
Het was even zoeken naar het hotel, vooral omdat ze hier werken met straten die je gewoon in kunt rijden maar dan no exit blijken te zijn. Die houden gewoon op op de kaart. Vaak staat het wel aangegeven onder het straatnaambordje maar het is wel eens lastig als je een omleiding dan moet plannen. Maar goed, we zijn er en we hebben ons vermaakt in de stad. Natuurlijk hebben we het mooie stationsgebouw gezien wat echt wel heel mooi is qua bouwwerk, maar verder is het gewoon een station. Ook zijn we naar ’s werelds steilste (bewoonde) straat geweest, Baldwin Street. Deze weg is 350 meter lang en op z’n steilst een stijgingspercentage van 35%. Das best steil kan ik je vertellen. Natuurlijk staat ie op de foto. We zijn hem niet opgelopen, het regende en we hadden onze portie steile straten al gehad in San Francisco! De rest van de dag zijn we nog wat winkels gaan bezoeken.
Als je in Dunedin bent is het zonde om in de stad te blijven hangen, naar onze mening is daar vrij weinig te doen. Wat je vooral moet doen is naar het schiereiland ernaast gaan. Otaga Penisula heet het, en is absoluut de moeite waard. Hier ligt onder andere het kasteel Lanarch. En hoewel kastelen voor ons Europeanen veel voorkomend zijn, is dit kasteel hier wel uniek: het is namelijk het enige kasteel in Nieuw-Zeeland. Dit valt onder andere te verklaren door het feit dat dit land een vrij ‘nieuw’ land is. Het is namelijk als laatst ontdekt, althans; gekoloniseerd. De ontdekkingsreiziger Abel Tasman was bovendien opzoek naar Australië, maar heeft het hele land gemist en kwam op Nieuw-Zeeland uit. De geschiedenis van dit land is zeker interessant om je in te verdiepen, maar dus heel anders dan die van vele Europese landen. Maar goed, we hadden het over het kasteel. Het is nu privately owned bij een zeer welgestelde familie en best leuk om een paar uurtjes in het gebouw en in de tuinen rond te struinen.
Het kasteel was een van de plekken die ons de moeite waard leken om te bezoeken. Een andere plek was het Royal Albatross Centre. Je moet weten dat er op dit eiland een behoorlijk sterke wind staat; het ligt namelijk pal aan de Pacifische Oceaan. En op dit punt bij het Albatross Centre was dit heel goed merkbaar. Maar we hebben ze gezien, deze grote vogels!
Een ander dier dat hier woont is de Nieuw-Zeelandse zeebeer (de fur seal van ons vorige blog). En de trouwe lezers onder ons weten dat we in San Francicsco de Californische zeeleeuw gezien hebben! Dat zijn er nog al wat. We hebben zelf ook wat nagelezen en zijn er achtergekomen dat er wel heel veel soorten zeeleeuwen, zeehonden en zeeberen zijn. Om het makkelijk te houden hebben we het gewoon over fur seals, want die term horen en zien wij immers hier steeds 😉
Op de top van deze heuvel, waar de albatrossen te vinden zijn, kun je ook naar een rotsstrand lopen beneden waar een kudde fur seals zich gevestigd heeft! Als je ze allemaal telt, en dat waren er nog al wat, kom je denk ik uit op een groep van 25 à 30 dieren. Wat een onwijs mooi gezicht was dat! Velen lagen uitgebreid een dutje te doen, genietend van de zon. Anderen waren aan het zwemmen en bezig met het schoonmaken van hun pels. Je moest zelfs oppassen dat je niet over ze struikelden, zo onverstoord lagen ze te zonnen. Je kon ze bijna aanraken zo dichtbij lagen ze. Natuurlijk is het niet de bedoeling, het zijn wilde dieren en bovendien wil je daar geen beet van hebben.
Uiteindelijk zijn we weer verder gegaan, zoals je je misschien kunt voorstellen was het voor mij heel moeilijk om daar weg te gaan 😉
Onze volgende point of interest was Sandfly Beach. Nou is deze naam al eerder gevallen in onze blogs, echter heeft het deze keer (gelukkig!) een andere betekenis. De gevreesde zandvliegjes waren hier echter niet te vinden. Nee, de betekenis was echt letterlijk genomen; het zand vloog hier namelijk ook echt letterlijk om je oren. En geloof ons, das niet fijn. Dit strand ligt in een beschermd gebied wat de broedplek is van vele pinguïns. ’s Werelds kleinste pinguïn; de Little Blue Penguin, kun je hier vinden. Je kunt er wel lopen mits je deze dieren en omgeving respecteert. Vanwege de stevige wind en zandhozen was het geen drukke plek. We hebben zelf geen pinguïns gezien deze dag; ze zwemmen de hele dag, op zoek naar voedsel. Pas als het donker wordt komen ze weer aan land. Maar waarschijnlijk zien we ze in Akaroa ook nog! Oh, en bovendien hebben we in de Bay of Islands ook een pinguïn gezien die vrolijk ronddobberde op zee. Dus wie weet wat we nog meer zien!
Op de weg weer terug , wat overigens een echte coastal road was zo pal naast de zee, zagen we in een baai wel zo ontzettend veel zwarte zwanen. Dat was echt een ongelofelijk zicht; ze komen immers oorspronkelijk uit Oceanië dus bij ons in Nederland zien wij ze amper. Maar hier zwommen er gerust zo’n 50 bij elkaar! Al met al weer een dag vol dieren, dus voldaan zijn we weer naar het hotel gegaan voor het diner en een warm bad; het zand zat werkelijk tot in onze oren!
Inmiddels komt het einde van het Nieuw-Zeelandse deel van onze wereldreis al bijna in zicht; morgen vertrekken we naar Mount Cook, de hoogste berg van ’t land. Zo zitten we aan zee en zo zitten we weer aan de voet van een berg met sneeuw bovenop!
Tot dan!
Bedankt weer voor het lezen :)

Hoge bergen, diepe dalen

We hebben al zoveel verschillende overnachtingsplekken gehad en overal word je weer anders ontvangen. De leukste waren toch wel, tot nu toe, Pauanui, Waitomo en Franz Josef. Allemaal kleinschalige B&B’s en lodges waarbij de eigenaren ruim de tijd namen om je de plekken te vertellen waar je echt langs moest rijden. Zo ook de laatstgenoemde waarbij we de tip kregen om onderweg vooral even naar Lake Matheson te gaan. Ook wel spiegelmeer genoemd. Als je hier vroeg bent, en dat waren we, kun je een foto maken die je kunt omdraaien! Je kent ze misschien wel, die foto’s. Prachtige omgeving daar!
Een andere tip was om vooral richting Queenstown over de Crown Range Road te rijden. Deze weg wordt met klem afgeraden voor less confident drivers. De reden? Het is met 1200 meter de hoogste state highway van het land met een scala aan bochten die de pas over kronkelen. De weg wordt afgesloten met een zig-zag het dal in met alleen maar haarspeldbochten. Heel leuk rijden dus 😉
Afijn, Queenstown voor ons dus als tussenstop. Wij hebben niet gebungeejumpt of aan een andere adrenaline activiteit meegedaan. Dat hebben we aan alle echte backpackers daar overgelaten. Wij spelen natuurlijk een beetje vals, we dragen die backpacks op ons rug eigenlijk alleen in en uit de auto en op vliegvelden!
Veel Nederlanders ook hier! Dus verhalen en ervaringen uitwisselen terwijl je op de wasmachine of droger staat te wachten is een leuk tijdverdrijf.
Queenstown is een walhalla voor backpackers hebben we gemerkt. Ook hebben wij gemerkt dat wij niet voldoen aan de kenmerken van een gemiddelde backpacker. En dat is prima 😉
De tientallen manieren waarop je dit land kunt bezoeken hebben we allemaal gezien. Van fietsers die de bergen trotseren met volgepakte mountainbikes tot aan gammele busjes met jongeren die de tijd van hun leven hebben. Dan heb je nog de lifters en de campers waar het ook van wemelt. Maar vooralsnog zijn we blij met ons autootje waar we waarschijnlijk zo’n 4000 kilometer mee zullen rijden over de Nieuw-Zeelandse wegen!
De omgeving hier is echt zo ongelofelijk mooi dat we bang zijn dat we de mooiste landschappen al gezien hebben! Gigantische blauwe meren met ruige (besneeuwde) bergketens tot zo ver je kan zien, bossen waar je in verdwaald zou kunnen raken, gletsjers, vulkanen, geisers, gouden stranden en enorme vlaktes vol met schapen, koeien of herten. Ongelofelijk hoe één land zoveel diverse landschappen heeft.
Dit alles brengt ons tot Te Anau, de gateway van de Fiorlands waar de Milford en de Doubtful Sounds liggen. Hier zijn we  vroeg waardoor we twee dagen lang van de natuur kunnen genieten.
Eenmaal aangekomen hadden we zowaar regen! De eerste keer in de vakantie, maar het was prettig voor de verandering. Ze noemen het ook niet voor niets de We(s)t-Coast, met zo’n 200 dagen regen per jaar. Maar deze dag hadden we toch niet veel gepland staan, vooral relaxen.
De volgende dag hadden we een trip naar de Milford Sound gepland staan. En het was voor ons speciaal de hele dag droog gebleven! Maar vroeg uit de veren dus, en beginnen aan een prachtige weg er naar toe. Er wordt aangeraden er minstens 2 uur voor uit te trekken, en dat begrijp je ook wel met de hoeveelheid touringcars die er heen rijden. Nou zijn wij vroeg vertrokken en was de weg zo goed als leeg. Tot dat je in de bergen komt waar one lane bridges de normaalste zaak van de wereld zijn, ook gerust in een bocht zonder overzicht. Dat hebben we allemaal overleefd en toen kwamen we aan op de parkeerplaats. Wij waren er echt vroeg, en nog was het druk, kun je nagaan hoe druk het er in de middag is. Wij hadden een Encouter Nature Cruise geboekt in plaats van de gebruikelijke Scenic Cruises (waar zo’n 200 man op kan). En dat was een goede keus geweest. We voeren op een rustig tempo door de fjorden, want dat zijn het officieel. Ze worden dus ten onrechte sounds genoemd. Maar dat heeft te maken met hoe ze zijn ontstaan, door gletsjers (fjorden) of door water (sounds ofwel zeestraten). Weer wat geleerd!
Onze boot was niet al te druk en het weer prima voor de locatie. De dag daarvoor had het zoveel geregend dat er voor ons zicht ontelbaar veel watervallen waren ontstaan langs de rotswanden. Er zijn ook een aantal natuurlijke watervallen, maar beduidend minder dan die door regen zijn ontstaan. Heel mooi gezicht. En doordat het een meer betrokken cruise was dook de schipper met de boeg van het schip de watervallen in waardoor diegene die nog niet gedoucht hadden, alsnog de kans kregen. Gelukkig voor sommigen – die minder goed voorbereid waren – waren er regenjassen aan boord.
De omgeving is werkelijk waar zo mooi, de fjorden doen zo groots aan en in combinatie met de mist die er nog hing, bijna mysterieus. Er is veel wildlife te vinden in dit National Park (zo’n beetje de hele westkust is beschermd gebied!) en we hadden mazzel om twee keer een groep fur seals te spotten op de rotsen! En in tegenstelling tot de andere cruises, kwam ons schip wel dichtbij deze onverschrokken zonnende dieren! Dat leverde enthousiaste reacties aan boord, en mooie foto’s op.
Toen was het tijd om terug te gaan waarbij we op de terugweg naar Te Anau nog een aantal keer zijn gestopt op mooie en soms ietwat te toeristische plekken.
Eenmaal terug in het hotel nog Wie is de Mol terug kunnen kijken! Waar we een kwartier langer over hebben gedaan aangezien het internet hier dan wel unlimited mag zijn; snel is het niet. Maar ook hier zijn we dus op de hoogte!
Morgen vertrekken we richting Dunedin, ook wel het Edingburgh van het Zuiden genoemd.We zijn benieuwd!
Tot de volgende keer :)

Strand, bergen en alles daar tussenin

Aan deze reis is veel planning vooraf gegaan. Zo waren van te voren al onze overnachtingen bekend en een aantal excursies al geboekt. Echter moest het invullen van de dagelijkse bezigheden en bezienswaardigheden onderweg nog worden ingevuld. En dit kan toch eigenlijk het beste ter plekke. Nu we zo’n beetje op de helft zitten van onze reis (niet te veel aan het einde proberen te denken…), hebben we de balans opgemaakt en zijn wij tot nu toe zeer tevreden over onze invulling! Het reizen van plek naar plek valt ons ook alles mee. We hebben al zoveel dingen gezien en gedaan!
Zoals op dinsdag: we zijn na een goede nachtrust op pad gegaan. Vooral omdat er in Nelson zelf niet zo ontzettend veel te doen is, maar in de omgeving des te meer! Zo ligt er in deze regio, het noorden van het Zuidereiland, een nationaal park, namelijk het Abel Tasman Park. Vernoemd naar onze landgenoot, de ontdekkingsreiziger. Omdat het alweer (ja, alweer!) heerlijk weer was zijn we gaan kajakken op zee in het plaatsje Kaiteriteri. Na een peddeltocht van ongeveer een uur kwamen we aan op een golden beach die we helemaal voor ons zelf hadden. Afgezien van het feit dat er wel twee huizen tegen de bergwand erachter waren gebouwd. Maar dat maakte niet uit; we hadden nog steeds een Expeditie Robinson gevoel erbij! Hier zijn we even gaan pauzeren alvorens weer terug te kajakken.
Omdat we toch in deze prachtige omgeving waren, zijn we doorgereden naar Takaka waar de Te Waikoropupu Springs te vinden zijn. Maar wat een weg er naar toe! Sander heeft ontzettend genoten van de 25 kilometer lange slingerweg over (!) de berg heen. De weg kronkelde ontzettend en steeg ook flink tot boven de 1.000 meter. Wat een uitzicht gaf dat in de vallei! De Springs zelf zijn ook bijzonder; het water is namelijk het op één na helderste water in de wereld. Dus ook dit konden we weer mooi meepakken!
Die avond hebben we lekker rustig aangedaan om de volgende ochtend nog even te kunnen skypen met het thuisfront. Die momenteel in ons huis aan het kat-oppassen zijn! Waar wij heel blij mee zijn 😉
Vervolgens zijn we aan onze 4-uur durende trip naar Greymouth begonnen. Onderweg zijn we gestopt bij Nieuw-Zeelands longest swingbridge wat, gecombineerd met een mooie wandeling in de omgeving, een fijne ochtendactiviteit was. We zijn heen over de brug gelopen met diep onder ons een helderblauwe rivier (komt door het gletsjerwater). Daarna volgde een wandeling waar we onze eerste kennismaking hadden met de beruchte sandflies van het Zuidereiland. En geloof me, die wil je het liefst zo min mogelijk zien. De tip is dan ook om vooral te blijven lopen zodat ze niet de kans krijgen om te bijten. Ze zien er onschuldig uit, net een soort fruitvliegjes, maar schijn bedriegt. Ze kunnen gemene beten opleveren. Gelukkig waren we op de hoogte en voorbereid met Deet (hier kun je bijna pure Deet krijgen) en Tea Tree Oil voor de beten. We zullen ze ongetwijfeld nog vaker tegen komen…
De Nelson omgeving, waar we nog steeds in waren, ligt precies op een aantal breuklijnen die als aderen onder het landschap kronkelen. Hier vond een aardbeving plaats in 1929 met een kracht van 7,8 op de schaal van Richter die in heel Nieuw-Zeeland voelbaar was. Je kunt de gevolgen hiervan nog goed zien in de rotsen die ongeveer 5 meter omhoog zijn gedrukt door de kracht.
Afijn, na onze tussenstop zijn we doorgereden naar Greymouth waar we nog een bezoek hebben gebracht aan de beroemde Pancake Rocks & Blowholes, ongeveer een half uur rijden van t hotel. Het klinkt apart en dat is het ook. Het is een punt aan de Coastal Road waar een aantal flinke rotsformaties boven de zee uit torenen. De wind, de zee en de regen hebben hier vrij spel. Dit leidt tot rotsen die op elkaar lijken te zijn gestapeld; vandaar de naam. Een apart gezicht! Daaronder zijn door de elementen gaten in de rotsen ontstaan waardoor je spectaculaire opspattingen ziet. Het effect is het heftigst als het regent, hard waait én high tide is. Nu hadden wij natuurlijk wéér de pech dat het 25 graden was, zonder regen… 😉 Maar het was wel vloed waardoor we toch mooie beelden kregen!
Eenmaal terug in het motel hoopte we op een goede nachtrust, helaas viel dit nogal tegen door de hoeveelheid licht in de kamer van het neon reclame buiten. Maar goed, het was niet anders.
Voor ons doen zijn we die ochtend laat uitgecheckt, namelijk na 9 uur. Normaal zijn we dan al lang onderweg! Onze reis werd vervolgd naar de Franz Jozef Glacier. Na ongeveer 2,5 uur rijden kwamen we aan, te vroeg om in te checken dus we gingen maar naar het dorpje. Stad kun je het niet noemen! Om 2 uur hadden wij onze Valley Walk geboekt staan dus daar waren we mooi op tijd voor. De hike duurde bij elkaar ongeveer 3 uur en was zeker de moeite waard. We waren maar met een klein groepje, 7 man + gids. Dus perfect, je had genoeg tijd om met elkaar te praten en nog wat op te steken. Het uitzicht op de gletsjer was prachtig, en weer hadden we mazzel met het weer. Geen regen en vooral niet te heet, precies goed. We hebben ook nog twee gemzen op de bergwand mogen spotten! Ze zijn vrij schuw dus we hadden geluk dat we ze zagen!
Omdat wij de Walk hadden gedaan mochten we ook nog gebruik maken van de onlangs geopende Hot Pools, als extraatje! Dat hebben we natuurlijk wel na de wandeling gedaan. Het waren drie verschillende baden met elk een andere temperatuur. Dat was wel even welkom! Vooral voor Sander; had ie ook eens een bad deze vakantie waar hij volledig in kon liggen. De pools lagen midden in het regenwoud wat zorgde voor een aangename sfeer.
Het plaatsje hier is erg gericht op backpackers en dat merk je ook aan alles. Want wat waren we blij dat we eindelijk losse cupjes jam en boter konden kopen in de plaatselijke supermarkt! Het is voor ons, en al die andere reizigers totaal niet handig om groot-verpakkingen (eigenlijk de normale potjes die je thuis hebt) te kopen. Dat is veel te veel en onpraktisch omdat je niet altijd een koelkast hebt. Het klinkt misschien onnozel maar wij waren blij dat we weer beleg hadden bij ons ontbijt 😉
De omgeving is echt zo ontzettend rustig dus een goede nachtrust zou er in moeten zitten! Morgen hebben we een lange rit naar Queenstown voor de boeg. Al plannen we daar pas ’s avonds aan te komen, niet alleen omdat er in Queenstown voor ons niet ontzettend veel te doen is, maar ook vooral omdat er onderweg des te meer te zien en te doen is!
Alweer bedankt voor het lezen, en laat vooral een berichtje achter! Wij vinden het ontzettend leuk om deze te lezen!

Zichtbaarheid: oneindig

Zaterdag zijn we op tijd weggereden uit Rotorua, onderweg naar Tongariro National Park. De weg er naar toe was niet ontzettend bijzonder, leek wel wat op Nederland met veel flat lands. Totdat we bij Lake Taupo kwamen, het grootste meer van Nieuw-Zeeland. Hier hebben we nog wat ontbeten en genoten van het uitzicht en de rust. Tijdens het vervolgen van onze weg zijn we nog gestopt bij de Haku Falls. Hier kon je de waterval en de Waikato rivier, die afkomstig is van het meer Taupo, bewonderen. Het water is icy blue en zorgt voor veel bekijks!
Toen kregen we de eerste berg van de in het vizier; Mount Tongariro die naast Mount Ngauruhoe en Mount Ruapehu de skyline van deze omgeving vormen. Wat een machtig zicht is dat. De middelste berg is dé berg van de Lord of the Rings serie! Mount Doom. Ik zal maar alvast een nerd alert afgeven voor de Lord of the Rings verwijzingen 😉
De drie bergen zijn allen vulkanen ten midden in het National Park. Omdat het laat in de ochtend was, en we pas een paar uur later konden inchecken, zijn we op de weg naar de top van Mount Ruapehu gereden. In de winter is dit een geliefd ski-resort en wie weet mogen we hier nog eens terug komen in de winter om te snowboarden! Maar dat is voor later. Eenmaal boven op de parkeerplaats aangekomen werd duidelijk hoe hoog en afgelegen je zit. Het is in de (na)zomer een gewilde plek voor hikers en climbers. Wij zijn een pad gaan lopen naar Meads Wall; een van de filmlocaties voor verschillende scènes voor de films. Een aantal hiervan zijn de scènes van de Gates of Mordor, van Emyn Muil en van waar de ellende begon toen Isildur de ring van Sauron’s vinger afhakte. Heel leuk om die plekken te herkennen! Eenmaal op een uitkijkpunt heb je een geweldig uitzicht op Mount Doom en de vallei. Wat een fantastisch gebied is dit. Als je hier bent snap je heel goed waarom Peter Jackson toentertijd heeft gekozen voor deze plekken. In de omgeving zijn nog meer filmlocaties, die we niet allemaal hebben kunnen bezoeken omdat het veelal aparte wandelingen zijn.
Toch wel voldaan na onze ochtendwandeling zijn we naar het hotel gegaan, het Chateau Tongariro; een prestigeus gebouw wat aan de voet van de vulkanen ligt. Het schept alle verwachtingen van een luxe 5-sterren hotel en dat is het enigzins ook wel, maar dan wel in combinatie met Fawlty Towers. Want hoe luxe onze exective spa suite ook was hoe respectloos hier soms neergekeken wordt op de wandelaars, klimmers en backpackers die hier ook graag willen overnachten. En ja die komen binnen met wandelschoenen en uitrustingen. Maar wat verwacht je als je op zo’n toplocatie zit? Er is niet veel keuze hier, anders zit je al snel in het dichtstbijzijnde dorp en da’s al zo’n gauw 50 kilometer.
Maar wij hebben in ieder geval fijn gebruik gemaakt van het ruime bubbelbad (plek voor twee, jee!) en de mogelijkheid om uitgebreid te ontbijten op de kamer. We vonden namelijk wel dat we dit verdiend hadden 😉
De volgende dag zijn we op tijd vertrokken voor onze 5-uur durende tocht naar Wellington; de laatste stop op het Noordereiland.
Wellington was voor ons ook geen hoogtepunt. We zijn misschien niet zo van de steden. Maar het kan ook de avond zijn geweest dat niet meehielp; het was namelijk zondagavond en dat was merkbaar. Bijna alles was om 5 uur dicht, zélfs restaurants! We hebben er dan ook lang over gedaan om wat te vinden. Overdag waren we naar het Te Papa museum geweest, een gratis museum over van alles en nog wat. Zo kun je leren hoe Nieuw-Zeeland ontstaan en veranderd is door de jaren heen. Maar ook zijn er exposities van Dreamworks over hoe animatiefilms zijn gemaakt. Dat was wel leuk.
Vanuit Wellington zijn we op de boot, de Interislander, gestapt naar Picton. Deze tocht duurde ongeveer 3 uur en staat bekend als de mooiste ferry-tocht ter wereld. En dat was het ook! Toen we een uur onderweg waren zagen we een groep Hector-dolfijnen!!! Deze zeer bedreigde dolfijnensoort komt alleen voor in Nieuw-Zeelandse wateren. Dus wij waren erg lucky om ze te mogen zien! Vrolijk sprongen ze naast de boot in de golven.
Vervolgens kwamen we in het mooiste gedeelte van de trip; de Marlborough Sounds. Wauw, wat een mooie binnenkomst op het Zuidereiland! De sounds zijn zeestraten en daar zijn hier heel veel van. En als het goed is gaan we er nog meer bezoeken!
Nu gaan we even bijkomen in Nelson waar we twee dagen zijn.
Bedankt voor het lezen!

Hobbits, kiwi’s en ander gespuis

Let op! Lang verhaal! :)
Wat een drukke dag hadden we gisteren! Je zou bijna denken dat we geen vakantiegevoel er aan over houden, maar niets is minder waar! Gisterochtend vroeg vertrokken nadat we nog uitgebreid advies hebben gekregen van onze host in Pauanui over waar we vooral even zouden moeten stoppen op onze weg naar Waitomo. Zo gezegd zo gedaan. We zijn gaan rijden in de richting van Paeroa waar het (wereld)beroemde Nieuw-Zeelandse frisdrank L&P vandaan komt. Uiteraard de gigantische fles op de foto gezet net als ieder andere toerist doet. Vervolgens zijn we doorgereden naar Matamata ofwel Hobbiton! Ons plan was om dit morgen te doen maar alles ligt hier (voor de verandering) relatief bij elkaar. Dus zo vonden wij ons een uur later ten midden van al die andere toeristen op de groene heuvels tussen de Hobbit holes. Je had geen andere keuze dan een guided tour, nu zijn wij daar niet zo van maar vooruit dan maar. Wat achteraf toch wel leuk was om wat informatie over de filmlocatie te vergaren. Eén van de opvallende dingen was dat Ian Holmes (acteur die de oude hobbit Bilbo speelt in Lord of the Rings) helemaal nooit op de sets in Nieuw-Zeeland is geweest! Dit was vanwege zijn hoge leeftijd wel begrijpelijk maar het is wel apart om te horen!
Nadat we de standaard toerist hadden uitgehangen zijn we doorgereden naar Orotohanga, een tip van een local. Hier staat namelijk het Kiwi House. Een van de weinige locaties van dit land waar je deze zeldzame dieren nog kunt bekijken. Omdat het nachtdieren zijn houden ze overdag de verblijven donker zodat wij als gast ze kunnen bewonderen en er nog iets over kunnen leren. We waren precies op tijd voor de voedertijd wat een interessant fenomeen was. Maar wat zijn ze aandoenlijk zo zonder vleugels, lange snavels en eivormige lijfjes! Echter is het wel triest om te bedenken dat de voortplanting van deze inheemse vogels amper toekomst heeft. De kiwi’s (de inwoners dus) doen er alles aan om ze te behouden gelukkig.
Ondertussen waren er in dit bescheiden park nog meer dieren te bewonderen waaronder gekko’s, eenden en diverse soorten vogels. Ook hier waren wij precies op tijd voor de voedertijd wat resulteerde in een hele mooie ervaring! We stonden in een groot vogelverblijf (je weet wel, met zo’n hoog bol net) waarbij de Kakariki (een kleurig Nieuw-Zeelandse parkietensoort) mij als boom gebruikte om vervolgens voer te eten uit mijn handen. Sander maakte liever de foto’s 😉
Toen werd het toch wel tijd om op zoek te gaan naar ons slaapverblijf van die avond. Aangekomen in Waitomo werden we zeer vriendelijk ontvangen door twee enthousiaste Engelse B&B eigenaren die graag ons informeerde over de mogelijkheden in de omgeving. Zo hebben we die avond op aanraden van hen gegeten in wat in de omstreken het beste restaurant was. En dat zeker niet verkeerd!
Omdat we de volgende dag de Glowworm Caves zouden bezoeken werd ons aangeraden om diezelfde avond eerst nog naar een nabijgelegen bos te rijden om daar óók de gloeiwormen te zien maar dan gratis! En wauw wat een ongelofelijk magisch zicht is dat! Herinner je de scenes in Lord of the Rings in Rivendel met de elven? Of desnoods in de Efteling met de elfjes? Dat maar dan echt. Zo ontzettend mooi. En als iedereen dan stil is een niet met zaklampen loopt te schijnen kun je echt genieten! We hebben getracht foto’s te maken maar het bleek praktisch onmogelijk om dit fenomeen vast te leggen. En nu hebben wij zeker wel een goede camera, maar dan nog…
De volgende ochtend zijn we op tijd opgestaan; een full continental breakfast achter de kiezen en op pad naar de Caves. We hebben er bewust voor gekozen om de eerste tour te nemen omdat het er daarna wemelt van de toeristen. En omdat de lichten in de grotten de hele nacht zijn uit geweest en je daardoor de wormpjes zelf beter ziet. De guided tour ging door Waitomo Caves en eindigde met een boottochtje van 5 minuten langs zo’n 10.000 gloeiwormen. De bijbehorende informatie was wel interessant; wist je bijvoorbeeld dat die beestjes nog geen jaar leven en zodra ze de eerstgeborenen kunnen eten, ze hun broertjes en zusjes op eten? Er is verder geen ander eten en juist door te eten geven ze licht. In hun laatste 4 dagen paren ze en maken ze nog zo’n 120 baby gloeiwormpjes. Het is een fascinerende doorgaande cirkel van leven. En onwijs magisch om te zien. We mochten helaas geen foto’s maken. Wat wel logisch was aangezien zoveel geflits die tere wormpjes niet goed doet.
Maar een uur later stonden we weer bij de B&B om onze backpacks op te halen en uit te checken. Nog een half uur staan praten met de eigenaren over onze vervolg locaties enzovoorts. Nog niet wetende dat we in Rotorua een compleet andere ervaring zouden hebben…
Wat dat is waar we daarna heen zijn gereden. Omdat we pas om 3 uur konden inchecken zijn we naar Te Puia gegaan waar je geisers, modderpoelen en kiwi’s kunt zien. Zoals ik het nu schrijf klinkt het echt mooi. Dat was het ook wel, als je de vreselijke stank weg denkt die in de gehele omgeving hangt! Lake Rotorua is namelijk de kern van de stad en bevat zwavelhoudend water dus de geur van rotte eieren dringt goed je neus binnen als je ook maar in de buurt komt. Bah! De spa’s die hier goed vertegenwoordigd zijn, (we zitten naast een schijnbaar wereldberoemde Polynesian Spa), werken hier ook mee en het schijnt dat als je zo’n behandeling doet je dagen later nog stinkt! Daar gaan wij dus mooi niet aan beginnen.
Wij zijn dus geen fan van Rotorua en voor ons was het echt een tussenstop op de weg naar Tongariro. We zullen morgen dan ook weer vroeg vertrekken. Nog een paar dagen en dan vertrekken we naar het Zuidereiland wat sowieso minder toeristisch zou moeten zijn. We gaan het beleven!
Bye bye!

Een hoop bochten en een hoop rust.

Daar zitten we dan, in Pauanui. Het toevluchtsoord als je met pensioen bent in Nieuw-Zeeland. Werkelijk, wat een uitgestorven rijkeluisbuurt is het hier! Het heeft bijna iets spookachtigs. Het is natuurlijk geen hoogseizoen meer dus in je vakantiehuisje gaan zitten is blijkbaar niet meer zo aantrekkelijk.
Maar goed, voor ons een verademing die rust. 10 Minuten lopen van een bijna leeg strand: je ‘strandburen’ vind je zo’n 200 meter verderop. Wat een verschil met Nederland; daar zou het met deze temperaturen stampvol zijn.
Het is goed uit te houden hier. Ook al zitten we zo’n beetje in the middle of nowhere. Maar gelukkig met wifi zodat wij ook weer wat van onze reis kunnen delen als onlangs-verloofd-stel 😉
De rit hier naar toe was al een ervaring op zich met die slingerweggetjes de bergen in (waar we wel héél blij zijn met onze automaat).
Gisteren bij aankomst de spullen in onze lodge gedropt en samen wezen zwemmen in de Grote/Stille Oceaan. Wel apart als je aan de rechterkant op de rots gewoon naaldbomen ziet staan. Wat dat is wel gebruikelijk hier; de naaldbomen staan gewoon tussen de palmbomen! Vreemd zicht, maar wel bijzonder.
Toen we van plan waren om weer naar ons huisje te vertrekken werden we nog verrast door een luchtshow die 3 gepensioneerden met waarschijnlijk tijd en geld teveel, die aan het oefenen waren voor stuntshows met hun opgeknapte Oud-Sovjet vliegtuigen. Prachtig om te zien die loopings en duikvluchten!
Afijn, wat ga je doen in zo’n afgelegen maar mooi stukje natuur als toerist? Juist, de highlights opzoeken. In Coromandel, de streek waar Pauanui ligt, zijn de 2 bekende plekken namelijk Cathedral Cove en Hot Water Beach. Dus wij vroeg op pad, wat ook maar goed was met de hitte en de hoeveelheid toeristen die er op af komen. Voor Nieuw-Zeelandse begrippen was het hier echt druk! Maar we hebben de Cove gezien… Een gat in een rots, ja. Net als een paar dagen geleden we op de oceaan de Hole In The Rock gezien hebben. Dit was overigens niet eens de bedoeling van onze dolfijnen-cruise! Normaal varen ze zo ver niet maar ja, die orka’s hadden ons daar heen geleid 😉 Dus die hebben we nog mooi mee gepikt.
Uiteindelijk nog kunnen snorkelen, tussen de Snappers, wat nog steeds een grote hobby is. Sander heeft inmiddels een nieuwe hobby; de kronkelweggetjes hier vindt ie geweldig 😉
Dat was weer even een update. Morgen rijden we door naar Waitomo waar we de Glowworm Caves gaan bezoeken. We zijn benieuwd!
Bedankt voor het lezen en tot de volgende keer!

Zwart-wit met een gouden randje

Vandaag stond onze eerste geplande excursie op ’t programma: namelijk zwemmen met dolfijnen. Nou was ’t maar goed dat wij gisteren maar even zijn gaan informeren waar we ons moesten melden. We kregen namelijk vervolgens te horen dat de tour geannuleerd was vanwege technische mankementen. En ze moesten wachten op een nieuw onderdeel. En aangezien het Nieuw-Zeeland is, zou dat een paar dagen duren voordat het onderdeel er zou zijn. Ontzettend balen dus! Maar omdat vooral ik (Marieke) zich er zo onwijs op had verheugd is Sander gelijk een andere mogelijkheid gaan zoeken. En die was er zowaar! Zo geschiedde het dat we de volgende dag, vanmiddag dus, alsnog op een bootje op pad gingen op zoek naar dolfijnen! Wat wij vonden waren echter geen bottlenose dolfijnen (die komen het meeste voor hier) maar een veel meer onverwachte ontdekking: de grootste vertegenwoordigers van de familie dolfijnen, namelijk een groep orka’s!!! Het scheen dat deze groep al eerder gespot was in The Bay Of Islands. De groep bestond uit een mannetje (van 9 meter!), 3 vrouwtjes, 3 kalfjes en één baby orka. Het was een zeer unieke ervaring voor ons (en voor de crew ook!) om dit van héél dichtbij mee te mogen maken. Ze waren onderweg uit de baai op weg naar open zee en we hebben ze op die weg een stukje mogen volgen. De boot was niet ontzettend groot dus wij hadden voldoende mogelijkheid om foto’s, filmpjes te maken en zelfs op de boeg te zitten waar ze vlak naast je zwommen!
Uiteindelijk moesten we toch afscheid nemen waarbij zowel zij als wij onze reis vervolgde. Helaas hebben we geen dolfijnen verder gezien maar aangezien het tijdelijk het territorium was van de orka’s is dat heel goed te verklaren. Dolfijnen staan immers ook wel eens op het menu van deze zwart witte reuzen…
Gelukkig hebben we nog wel even gezwommen en gesnorkeld in het heldere blauwe water wat toch wel erg verfrissend was!
Mijn langgekoesterde droom, zwemmen met wilde dolfijnen, is echter NOG niet in vervulling gegaan maar zo hou ik tenminste nog iets op mijn Bucket-List!
Al met al was het een geweldige unieke ervaring om deze prachtige dieren te mogen waarnemen in hun natuurlijke omgeving. Dit zullen wij niet snel vergeten!!!
Morgen vertrekken wij richting Pauanui wat zo’n 5 uur zal duren. Geen straf met de uitzichten onderweg. Vanaf daar zullen we ongetwijfeld weer een nieuwe blog posten!
Bedankt voor het lezen!
P.S. voor diegene die het gevraagd hebben, we kunnen helaas nog niet veel foto’s uploaden als album of galerij. Daar is de upload-verbinding niet echt geweldig voor hier… Maar we hopen jullie toch ook goed op de hoogte te kunnen houden met onze blogs en de bijpassende zelfgemaakte foto 😉

Welcome in Aotearoa, land of the long white cloud

Kia ora! Ofwel, welkom in het Maori. We zijn namelijk geland in Nieuw-Zeeland! Na een vlucht van 13 uur lang nacht – dat krijg je als je de ‘nacht achterna gaat’, zijn we aangekomen in Auckland. Vol goede moed zijn wij opzoek gegaan naar onze auto. 3 Uur later en na wat misinformatie zaten we dan eindelijk in onze Holden Barina RS. Juist ja, een auto die wij in Nederland niet kennen. Maar hij rijdt fijn! En plek zat. Wel even rekening houden met het links rijden natuurlijk. En het feit dat de richtingaanwijzer en de ruitenwisser omgedraaid zitten. Je raadt al welke onnodig gebruikt wordt!
Na een half uur rijden door Nieuw-Zeelands drukste stad (petje af, Sander) komen we aan in ons hotel. Hier zijn we twee nachten en dat geeft ons genoeg tijd om de stad te verkennen. Ook de iconische Sky Tower hebben we gezien (zie foto) maar nee, we zijn er niet vanaf gesprongen 😉
Morgenochtend (hier zondag ochtend) rijden we op tijd richting Paihia in Bay of Islands. Dit zal een rit van ongeveer 5 uur zijn met hele mooie uitzichten. Dan begint onze trektocht over de eilanden voor ons gevoel pas echt!
Afhankelijk van de internetverbinding zullen we over een paar dagen een nieuwe post maken en eventueel een foto galerij.
Bedankt voor het lezen! :)
P.S. het is hier precies 12 uur later, dus das makkelijk rekenen!