20160308-00053

Dichterbij dan dit, gaat bijna niet

Momenteel zijn we in Dunedin, wat als je het ons zou vragen gewoon in Engeland zou kunnen liggen. Maar dat ligt het niet, het ligt aan de oostkust van dit land. En sterker nog, het ligt het meest in de buurt van de tijdgrens. Dichterbij dan dit (het precieze punt aan de andere kant van de wereld voor ons) kom je bijna niet!
Het was even zoeken naar het hotel, vooral omdat ze hier werken met straten die je gewoon in kunt rijden maar dan no exit blijken te zijn. Die houden gewoon op op de kaart. Vaak staat het wel aangegeven onder het straatnaambordje maar het is wel eens lastig als je een omleiding dan moet plannen. Maar goed, we zijn er en we hebben ons vermaakt in de stad. Natuurlijk hebben we het mooie stationsgebouw gezien wat echt wel heel mooi is qua bouwwerk, maar verder is het gewoon een station. Ook zijn we naar ’s werelds steilste (bewoonde) straat geweest, Baldwin Street. Deze weg is 350 meter lang en op z’n steilst een stijgingspercentage van 35%. Das best steil kan ik je vertellen. Natuurlijk staat ie op de foto. We zijn hem niet opgelopen, het regende en we hadden onze portie steile straten al gehad in San Francisco! De rest van de dag zijn we nog wat winkels gaan bezoeken.
Als je in Dunedin bent is het zonde om in de stad te blijven hangen, naar onze mening is daar vrij weinig te doen. Wat je vooral moet doen is naar het schiereiland ernaast gaan. Otaga Penisula heet het, en is absoluut de moeite waard. Hier ligt onder andere het kasteel Lanarch. En hoewel kastelen voor ons Europeanen veel voorkomend zijn, is dit kasteel hier wel uniek: het is namelijk het enige kasteel in Nieuw-Zeeland. Dit valt onder andere te verklaren door het feit dat dit land een vrij ‘nieuw’ land is. Het is namelijk als laatst ontdekt, althans; gekoloniseerd. De ontdekkingsreiziger Abel Tasman was bovendien opzoek naar Australië, maar heeft het hele land gemist en kwam op Nieuw-Zeeland uit. De geschiedenis van dit land is zeker interessant om je in te verdiepen, maar dus heel anders dan die van vele Europese landen. Maar goed, we hadden het over het kasteel. Het is nu privately owned bij een zeer welgestelde familie en best leuk om een paar uurtjes in het gebouw en in de tuinen rond te struinen.
Het kasteel was een van de plekken die ons de moeite waard leken om te bezoeken. Een andere plek was het Royal Albatross Centre. Je moet weten dat er op dit eiland een behoorlijk sterke wind staat; het ligt namelijk pal aan de Pacifische Oceaan. En op dit punt bij het Albatross Centre was dit heel goed merkbaar. Maar we hebben ze gezien, deze grote vogels!
Een ander dier dat hier woont is de Nieuw-Zeelandse zeebeer (de fur seal van ons vorige blog). En de trouwe lezers onder ons weten dat we in San Francicsco de Californische zeeleeuw gezien hebben! Dat zijn er nog al wat. We hebben zelf ook wat nagelezen en zijn er achtergekomen dat er wel heel veel soorten zeeleeuwen, zeehonden en zeeberen zijn. Om het makkelijk te houden hebben we het gewoon over fur seals, want die term horen en zien wij immers hier steeds 😉
Op de top van deze heuvel, waar de albatrossen te vinden zijn, kun je ook naar een rotsstrand lopen beneden waar een kudde fur seals zich gevestigd heeft! Als je ze allemaal telt, en dat waren er nog al wat, kom je denk ik uit op een groep van 25 à 30 dieren. Wat een onwijs mooi gezicht was dat! Velen lagen uitgebreid een dutje te doen, genietend van de zon. Anderen waren aan het zwemmen en bezig met het schoonmaken van hun pels. Je moest zelfs oppassen dat je niet over ze struikelden, zo onverstoord lagen ze te zonnen. Je kon ze bijna aanraken zo dichtbij lagen ze. Natuurlijk is het niet de bedoeling, het zijn wilde dieren en bovendien wil je daar geen beet van hebben.
Uiteindelijk zijn we weer verder gegaan, zoals je je misschien kunt voorstellen was het voor mij heel moeilijk om daar weg te gaan 😉
Onze volgende point of interest was Sandfly Beach. Nou is deze naam al eerder gevallen in onze blogs, echter heeft het deze keer (gelukkig!) een andere betekenis. De gevreesde zandvliegjes waren hier echter niet te vinden. Nee, de betekenis was echt letterlijk genomen; het zand vloog hier namelijk ook echt letterlijk om je oren. En geloof ons, das niet fijn. Dit strand ligt in een beschermd gebied wat de broedplek is van vele pinguïns. ’s Werelds kleinste pinguïn; de Little Blue Penguin, kun je hier vinden. Je kunt er wel lopen mits je deze dieren en omgeving respecteert. Vanwege de stevige wind en zandhozen was het geen drukke plek. We hebben zelf geen pinguïns gezien deze dag; ze zwemmen de hele dag, op zoek naar voedsel. Pas als het donker wordt komen ze weer aan land. Maar waarschijnlijk zien we ze in Akaroa ook nog! Oh, en bovendien hebben we in de Bay of Islands ook een pinguïn gezien die vrolijk ronddobberde op zee. Dus wie weet wat we nog meer zien!
Op de weg weer terug , wat overigens een echte coastal road was zo pal naast de zee, zagen we in een baai wel zo ontzettend veel zwarte zwanen. Dat was echt een ongelofelijk zicht; ze komen immers oorspronkelijk uit Oceanië dus bij ons in Nederland zien wij ze amper. Maar hier zwommen er gerust zo’n 50 bij elkaar! Al met al weer een dag vol dieren, dus voldaan zijn we weer naar het hotel gegaan voor het diner en een warm bad; het zand zat werkelijk tot in onze oren!
Inmiddels komt het einde van het Nieuw-Zeelandse deel van onze wereldreis al bijna in zicht; morgen vertrekken we naar Mount Cook, de hoogste berg van ’t land. Zo zitten we aan zee en zo zitten we weer aan de voet van een berg met sneeuw bovenop!
Tot dan!
Bedankt weer voor het lezen :)

5 thoughts on “Dichterbij dan dit, gaat bijna niet”

  1. Wat zal het moeilijk zijn om van al dat moois weer afscheid te nemen! Dus inderdaad nog maar intens verder genieten! Veel liefs vanuit dit kikkerlandje 😉 !

  2. Fijn, dat jullie zo genieten!! Wij genieten van jullie verslagen!! Nog een hele fijne tijd en nog niet aan ‘ naar huis gaan’ denken!

Laat een berichtje achter!